skip to Main Content

Komijn

Smaakmaker van weleer

Komijn is een ‘oudje’ en dat besef je goed als je weet dat de naam afgeleid is van een dode taal, het Akkadisch (anno 2800-100); een voorloper van het Aramees. De zaadjes zijn ook gevonden in grafruimten van de piramiden. De schermbloemige plant groeit alleen in gebieden waar het lekker warm is en daarom hoort het allereerst echt thuis in de keukens van het Midden-Oosten en Afrika.

De oude Grieken en Romeinen gebruikten komijn als middel om gerechten aan tafel lekkerder te maken naast zout. Op sommige plekken is een mengsel van zout met komijn nog steeds een gangbare smaakmaker. Komijn werd eerst verbouwd in Turkije, Egypte, Iran en bijvoorbeeld India en via handelsroutes belandde het in tal van specerijen melanges zoals baharat, raz-el-hanout en neem het Indiase garam masala.

Herkomst

India

Gebruik

Het noot- en anijsachtige komijn komt het best tot zijn recht, als het kort voor gebruik even gekneusd en droog geroosterd wordt.
Komijn doet het goed met aubergine en wortelgroenten. Ook met peulvruchten, rundvlees en lam. Je vindt het terug in exotische specerijenmelanges als de Turkse baharat, za’atar, advieh, dukkah, chaat masala en in Mexicaanse mixen.

Producent

Vanilla Venture in opdracht van Udea

Exclusief verkrijgbaar bij Marqt en Ekoplaza

Weetjes

Wat men komijnzaadjes noemt zijn eigenlijk de vruchtjes waarin twee zaadjes zitten.
In de Arabische wereld wordt een onderscheid gemaakt tussen safed (witte) en kala (zwarte)-komijn.
Komijn en karwij (ook kummel genoemd) lijken erg op elkaar qua smaak. In botanische zin zijn ze dan ook familie, alleen is karwij veel krachtiger. Uiterlijk herken je ze hieraan: komijn heeft kaarsrechte zaadjes. Die van karwij zijn licht gebogen.